skip to Main Content

Commissie Bos: worden mantelzorgers er beter van?

Onlangs heeft de commissie ‘Toekomst zorg thuiswonende ouderen’ haar advies uitgebracht. De titel van het rapport is: “Oud en zelfstandig in 2030: een reisadvies.” Het advies telt ruim 50 pagina’s tekst en 35 adviezen. De commissie die het geschreven heeft liet maar liefst 103 personen interviewen, waaronder ook een enkele mantelzorger.

Het zou fijn en veelbetekenend zijn als het rapport de mantelzorger blij zou maken. Als het niet was voor nu, dan toch wel voor een betere toekomst. Want mantelzorgers zijn vaak zwaarbelast in hun extra taken. Regelmatig is er sprake van overbelasting en mantelzorgers lopen voortdurend aan tegen onbegrip en obstakels in de huidige zorgwereld.

De conclusie van het PML na lezing van het advies is dat het niet de mantelzorger blij maakt, maar misschien eerder zelfs wat moedeloos.
Eerst de vraag: komt de mantelzorger in het stuk wel voor? Jawel, precies 13 keer wordt deze genoemd. Meestal echter in de context dat er voor de zorg als geheel te weinig mantelzorgers zijn. Ook bij de paragraaf (van vijf regels!) die expliciet aan hen is gewijd met als titel: “de druk op mantelzorgers neemt toe” staat als enige oorzaak van die druk vermeld, dat het aantal beschikbare mantelzorgers in de toekomst vermindert. Enig begrip voor de mantelzorger is alleen terug te vinden in de paragraaf waarin staat dat de gemeente hen voldoende ondersteuning moet kunnen bieden door een gesprek aan te bieden om te bezien wat nodig is.

De situatie van huidige mantelzorgers zal door het rapport daarom helaas niet verlicht kunnen worden, maar dat is misschien ook wat te veel gevraagd voor een rapport dat 2030 als horizon heeft. Maar, zo is de hamvraag: biedt het rapport dan perspectief op toekomstige verbeteringen? ‘Dat is maar de vraag’, zo zal de mantelzorger stellen. De drie hoofdadviezen zijn namelijk: “Ga bouwen, ga digitaal en ga samenwerken”. Bij het eerste advies wordt gesteld dat dit ‘bouwen’ moet geschieden tussen thuis en verpleeghuis in. Dat wekt enige verbazing: we hadden tot voor kort toch de verzorgingshuizen die precies daar gepositioneerd waren?  Die waren toch ideaal voor mantelzorgers, zelfs als hun vader of moeder er nog niet woonde? Immers, als de nood aan de man kwam, altijd zorg en bescherming dicht in de buurt en toch ook zelfstandigheid.
‘Hofjes’, ‘kangoeroewoningen” en te stichten leefgemeenschappen zullen nooit in deze de oplossing kunnen bieden die verzorgingshuizen wél konden. De commissie had misschien wel goodwill kunnen kweken wanneer zij expliciet de bouw van “verzorgingshuizen 2.0” zou hebben aangeraden.

Bij het tweede advies: “ga digitaal” zal de mantelzorger evenmin vrolijk worden, zo is de inschatting. Heden ten dage veroorzaakt de digitalisering van de samenleving namelijk meer problemen voor ouderen dan die oplost. Natuurlijk is het leuk te ‘appen’ en te ‘face-timen’ met vader of moeder, opa of oma, maar essentieel is het zelden. De gewone “ouderwetse” telefoon is niet alleen vertrouwder maar ook betrouwbaarder. En je bankzaken doen met de computer is voor de meesten van ons gewoon geworden, maar een handtekening (of kruisje…) onder een acceptgiro zetten vraagt beduidend minder cognitieve lenigheid dan inloggen op de bank met twee devices tegelijk. In de praktijk is de digitale werkelijkheid dus eerder een bron van belasting en stress van zowel de oudere als diens mantelzorger (‘de computer doet het niet…’!), dan een hulp bij de zorg.

Tot slot: “ga samenwerken” is het derde advies van de commissie. Hier zullen mantelzorgers zeker blij om zijn. Maar ook zij weten tegelijkertijd dat het probleem van onvoldoende samenwerking zeker niet wordt gevormd door onwelwillendheid van betrokken zorgverleners maar wel een gevolg is van de ingewikkelde maatschappelijke werkelijkheid van marktwerking, bureaucratie, indicatiestelling en regelgeving.

Helaas geeft de commissie te weinig aanzetten voor wezenlijke verandering daarvan om ons allen een gerust gevoel te geven.

Redactie nieuwsbrief PML

Back To Top