skip to Main Content

Wat speelt er bij de mensen die voor hun naaste zorgen tijdens de corona periode.

Door Marja Veenstra, adviseur Burgerkracht Limburg

Hoewel de maatregelen weer wat versoepelen, grenzen naar buurlanden weer open komen te staan, deuren naar de verpleeghuizen en de dag voorziening op een kier worden gezet, of zelfs deels weer open gaan…
We stilletjes aan weer wat meer contact maken met anderen.  Nu de stofwolken weer wat neerdwarrelen willen we – via deze weg –  een aantal signalen van mantelzorgers, die ons tijdens de afgelopen weken bereikten, graag met u delen.

Het Platform Mantelzorg Limburg heeft een online ronde gemaakt en aan verschillende partijen, waaronder de steunpunten mantelzorg, in Limburg gevraagd welke signalen zij oppikken over wat er speelt onder de mantelzorgers.
Om te beginnen zien we dat de steunpunten proactief aan de slag zijn gegaan en hebben de meesten van hen de mantelzorgers waar ze zicht op hebben actief benaderd (zie de vorige nieuwsbrief met een samenvatting van de diverse initiatieven en acties).
Daaruit blijkt dat het gelukkig op veel plaatsen goed gaat. Maar aan de andere kant zien we ook dat mantelzorgers niet aan de bel trekken. Dat ze zich schikken in de situatie en niet om hulp durven te vragen.

Er lijken twee beelden te ontstaan.
Het beeld van de mantelzorgers die zwaar overbelast zijn en zich grote zorgen maken, tegenover de mantelzorger die meer lucht voelt omdat degene die zorg verleent meer tijd ervaart, omdat ze meer thuis zijn of het niet hoeven te combineren met werk enzovoorts. “De wereld gaat iets minder snel en ik kan het eindelijk een beetje bijbenen”.
Ook zien we dat thuiszorgmedewerkers of andere beroepskrachten die achter de voordeur komen, alerter zijn of de mantelzorger het volhoudt en indien noodzakelijk de zorg “opschalen” om te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt. Tegenover de mantelzorger die de zorg ineens alleen moet doen, omdat de fysieke ondersteuning is weggevallen.

Beide beelden zijn waarschijnlijk juist. Dé mantelzorger bestaat niet en het is dan ook goed om niet voor iedereen in te vullen waar diegene behoefte aan heeft.
Ook zien we dat veel mantelzorgers niet bereikt worden, maar die werden voor de corona periode ook niet bereikt. Ook is het af en toe erg stil met vragen en is het afwachten of het de stilte voor de storm is. Soms lijkt het of veel mantelzorgers berusten in de zaak, niet piepen en het gelaten ondergaan. “Het is even niet anders”, of “de meisjes van de zorg hebben het al druk en zwaar genoeg”.
Wel komen er steeds meer signalen dat een deel van de mantelzorgers het nog wel volhoudt, maar inmiddels op hun tandvlees beginnen te lopen. Met name mantelzorgers van bijvoorbeeld mensen met dementie, of mensen met een verstandelijke beperking, waar de dagbesteding of waar begeleiding is weggevallen en de dagelijkse structuur door hen geboden moet worden.
Bij mantelzorgers waarvan de naaste in een zorgorganisatie verblijft is de daadwerkelijke zorg weliswaar weggevallen, maar maakt men zich zorgen of hun naaste niet besmet raakt, of degene hen nog wel kent als ze lang wegblijven, of dat hun naaste lichamelijk en geestelijk sterk achteruit zal gaan.

Welke signalen komen er binnen?

Hieronder een aantal van de signalen van mantelzorgers waarvan de naaste in een zorgorganisatie verblijft:

  • Zorgen over de naaste of het personeel wel goed genoeg kan zorgen voor de mensen nu de mantelzorger niet meer mee kan helpen (bij kleinschalig wonen).
  • Zorgen of de naaste niet besmet raakt door het personeel dat wel gewoon naar huis gaat en in aanraking komt met anderen.
  • Verdriet over de regelingen rondom bezoek, zeker in geval van een partner. Het ervaren van geen keus hebben waarbij welzijn totaal wordt vergeten. Verdriet bij de mantelzorger omdat de zorgvrager niet begrijpt waarom hij of zij geen bezoek meer mag ontvangen.
  • Zorgvrager die regelingen niet begrijpt en zich daar niet goed aan kan houden en risico op besmetting loopt.
  • Angst dat de zorgvrager sneller achteruit zal gaan en de mantelzorger wellicht niet meer zal herkennen.

Hieronder een aantal van de signalen van mantelzorgers waarvan de naaste thuis of zelfstandig woont:

  • Het nog slechter slapen dan eerst door de vele zorgen of doordat de mantelzorger nu niet meer even kan ‘bijtanken’ wanneer de zorgvrager naar bijv. dagbesteding is.
  • Het moeite hebben met het omgaan met de partner omdat die nu de hele week thuis is en niet naar dagopvang kan gaan.
  • Wegvallen van dag structuur, respijtzorg en dagbesteding waardoor meer op de schouders van de mantelzorgers terecht komt en de zorg niet goed kan delen.
  • De druk van werkgevers om te komen werken terwijl de naaste niet alleen thuis kan blijven.
  • Zorgen om mensen die voorheen thuiszorg kregen en nu niet meer.
  • Onbegrip over de hele situatie bij de zorgvrager. Vanwege dit onbegrip ook moeilijk voor hen om zich aan de richtlijnen te houden zoals 1,5 meter afstand en zo min mogelijk naar buiten.
  • Niet hebben van de juiste beschermingsmiddelen, met name mondkapjes (men ervaart hierin niet serieus genomen te worden, hierdoor blijven kinderen weg die normaal een handje kunnen helpen).

Dit is slechts een greep uit de signalen die binnen zijn gekomen.
Belangrijk is: “Wie vraagt er aan de mantelzorger hoe het met hem of haar gaat?” Grenzen zijn soms grenzeloos, ook omdat de mantelzorger ervaart geen keus te hebben “wie doet het anders?”.
“Stel mijn naaste raakt besmet omdat ik om hulp heb gevraagd, dat zou ik mezelf nooit vergeven”.

Niet alleen de fysieke zorg en begeleiding spelen een rol, maar ook de mentale belasting. De angst dat de dierbare ziek wordt, hen niet meer herkent en het gevoel geen keuze te hebben wegen soms zwaar.


Wat kunnen we leren van deze situatie?

Dat mantelzorgers vaak niet aan de bel trekken en zich schikken in een situatie. Thuiszorg wordt per brief geannuleerd en mensen mogen zich melden als ze de zorg weer nodig hebben. Maar daar kan bij een aantal mensen de crux zitten, want de drempel om zich te melden is hoog.

Het is belangrijk om te vragen aan de mantelzorger hoe het met ze gaat. Dat zorgprofessionals een proactieve werkhouding hanteren. Dat ze contact opnemen met de mantelzorger om te vragen hoe het met ze gaat wordt enorm gewaardeerd. Houden ze het nog vol?
Daar waar de zorg prima loopt mag je als zorgverlener erop vertrouwen dat het ook goed loopt en hoeven er ook geen problemen te worden gecreëerd en is het ook niet nodig om een vervolg te plannen. Er zijn diverse creatieve manieren om toch contact te onderhouden en daar waar signalen worden opgepikt is het goed te kijken welke mogelijkheden er wel zijn.
Zowel als Praktijkondersteuner POH, huisarts, thuiszorgmedewerker, enzovoorts. De Zorgladder ontwikkeld door MantelzorgNL geeft ook houvast om te kijken wat er wel mogelijk is. Uiteraard kan de mantelzorger terecht bij het lokale steunpunt mantelzorg. Voor het adres van het steunpunt mantelzorg in uw gemeente kunt u terecht op: https://www.platformmantelzorglimburg.nl/steunpunten-mantelzorg-in-limburg/

Tot slot wil ik graag eindigen met de vraag: Hoe gaat het met u?

Back To Top